Operarecensie: Madame Butterfly

Voor componist Giacomo Puccini opera Madame Butterfly pende, was het verhaal over een Japanse geisha die verliefd wordt op een Amerikaanse militair reeds door verschillende incarnaties gegaan. Auteur John Luther Long had zijn gelijknamige kortverhaal immers al in 1898 uitgebracht en had zich zowel laten inspireren door verhalen die hem verteld waren door zijn zuster als door de semi-autobiografische Franse roman Madame Chrysanthème van Pierre Loti.


Klik op de foto om het artikel te downloaden in opgemaakt pdf-formaat


Nauwelijks twee jaar nadat Longs kortverhaal op de mensenmassa was losgelaten, creëerde David Belasco het toneelstuk Madame Butterfly: A Tragedy of Japan, dat eerst in New York en vervolgens in Londen werd opgevoerd.


Het was in de Engelse hoofdstad dat Puccini de opvoering zag, maar zijn operabewerking geraakte te laat klaar, waardoor er te weinig tijd was om te repeteren en de première in het Milaanse Teatro alla Scala in 1904 behoorlijk negatief werd ontvangen. Puccini bleef echter niet bij de pakken zitten: hij splitste de tweede akte in twee gedeeltes en liet het stuk in drie aktes opvoeren. Dankzij die en enkele andere veranderingen wist de componist alsnog succes te vergaren en ook anno 2017 blijft ‘Madame Butterfly’ nog een van de onverwoestbare meesterwerken binnen het genre.

Het verhaal volgt aanvankelijk de Amerikaanse marine-officier Pinkerton, die tijdens zijn verblijf in Nagasaki voor de gemakkelijkheid huwt met de Japanse Ciocio-san – Japans voor ‘Butterfly’, met de bedoeling om weer te vertrekken eenmaal hij een geschikte Amerikaanse vrouw vindt. De nietsvermoedende Ciocio-san geeft heel wat op om bij haar geliefde te zijn en dat zet meteen de tragische toon het hele verhaal impregneert met een venijnige dramatiek.


Normaliter zouden we – rekening houdend met wie nog niet vertrouwd is met de opera – het vervolg van het verhaal niet verklappen, maar u mag voor een keer weten wat er na de eerste akte gebeurt: Pinkerton verlaat Butterfly kort na hun huwelijk, maar de Japanse blijft drie jaar lang hopen op zijn terugkeer, ondanks de pogingen van meid Suzuki om haar te overtuigen dat de man nooit meer zal terugkomen, en ondanks het feit dat huwelijksconsulent Goro, die haar trouw had geregeld, voldoende nieuwe echtgenoten poogt voor te stellen.


Ciocio lijkt gelijk te krijgen wanneer de Amerikaanse consul, Sharpless, haar na het lange wachten komt vertellen dat Pinkerton terugkeert naar Japan, waarna de Japanse vrouw hem vertelt dat ze een zoon heeft gekregen, maar wanneer haar voormalige echtgenoot uiteindelijk weer voet aan wal zet, blijkt dat samen met zijn nieuwe vrouw, Kate te zijn. Pinkerton krijgt al snel in de gaten dat Ciocio op meer had gehoopt en vertrekt, waardoor Kate, Suzuki en Sharpless zonder hem aan Ciocio moeten vertellen dat hij bereid is om het vaderschap op zich te nemen… maar zonder haar betrokkenheid.


Om maar meteen naar het einde te springen: Butterfly geeft haar zoon op, maar pleegt vervolgens zelfmoord, net voordat Pinkerton haar kan stoppen. Het is een diepmenselijk melodrama dat sterk beïnvloedt wordt door zowel de oriëntaalse als de westerse cultuur, maar de alom geprezen Deense regisseuse Kirsten Dehlholm, die ook het gezicht vormt van Hotel Pro Forma, heeft besloten om dat verhaal net te ontmenselijken. Dat doet ze op twee manieren: door Ciocio’s geest te gebruiken als verteller (vandaar dat we u het volledige verhaal durfden verklappen) én door de Japanse te laten afbeelden als levensgrote pop, in de lucht gehouden door vier poppenspelers. Vanzelfsprekend moet iemand echter nog de zang op zich nemen, waardoor je als toeschouwer voor een vervreemdend en uiterst duaal aanvoelend tafereel zit.




Aangezien het niet de zangeres, maar wel de pop is die door de andere acteurs als tegenspeelster wordt gebruikt, balanceert het hele stuk voortdurend op de rand van arrogant deconstructionisme, van kunstige pocherij en van ontdubbelende kitsch. Het is alsof Dehlholm meer begaan was met het injecteren van haar eigen persoonlijkheid dan met de integriteit van de opera. Dat ook een aantal vestimentaire keuzes nogal kitscherig overkomen, maakt de zaken er natuurlijk niet beter op.


Nu hebben we zeker niets tegen moderne interpretaties van klassiekers, maar in haar poging om de eenzaamheid en tragedie van Ciocio te vertalen naar hedendaagse sentimenten, ontdoet Dehlholm het verhaal van de humane kern die ons doet meevoelen met het lot van de Japanse geisha. Erger: ze vermoordt daarmee het sympathiekste personage, waardoor je noodgedwongen moet blijven kijken naar een stoet van mensen die net iets te weinig moreel besef bezitten, verborgen motieven hebben of zich op een andere manier egocentrisch gedragen. Desondanks is deze uitvoering van Madame Butterfly geen miskleun: het nagenoeg kale decor van Maja Ziska evoceert op doeltreffende, maar uiterst minimalistische wijze het interne, kale gevoelslandschap waarop Ciocio moet leven en de Japanse cultuur, terwijl dirigent Roberto Rizzi Brignoli en koorleider Martino Faggiani wél de nodige emotie uit hun ensemble weten te halen. Goed, het symfonieorkest van de Munt is hier en daar op foutjes te betrappen en speelt niet vlekkeloos, maar verder zit alles muzikaal stevig in elkaar en weten zowel sopraan Alexia Voulgaridou als de andere acteurs een uitstekende indruk achter te laten. Zeker het bekijken waard, dus, alleen jammer dat er beslist meer inkt zal vloeien over een handjevol discutabele beslissingen van Dehlholm die het hele stuk (te) sterk beïnvloeden.

Meer info: www.demunt.be

Dirk Vandereyken

Featured Posts
Recent Posts
Archive
Search By Tags
Follow Us
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square