top of page

Esch-sur-Alzette & Elefsina: Europese hoofdsteden van cultuur

Tot Culturele hoofdstad van Europa worden benoemd, is een belangrijke eer. Van 1985 tot en met 2003 werd er elk jaar een enkele ‘European Capital of Culture’ gekozen (met 2000, waarin er 9 steden werden voorgeschoven), sinds 2004 zijn dat er zelfs twee per jaar en sinds 2021 komt daar elke drie jaar een derde titelhouder bij die wordt gekozen uit potentiële lidstaten of uit landen die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte. Bij ons kwamen Antwerpen, Brussel, Brugge, en Mons al aan de buurt, en voor 2030 hebben we vijf potentiële kandidaten voorgeschoven (alweer Brussel, Leuven, Luik, Kortrijk, en Gent). Eens gaan kijken hoe andere landen het er tegenwoordig vanaf brengen, vonden we dus zeker geen slecht idee. Vorig jaar mocht buurland Luxemburg zich tussen de gelukkigen rekenen met Esch-sur-Alzette, en dit jaar was onder andere het Griekse Elefsina aan de beurt, nadat de oorspronkelijke titelviering omwille van de coronapandemie werd uitgesteld.



BeauSense Magazine_Esch-sur-Alzette en Elefsina_culturele hoofdsteden van Europa
.pdf
Download PDF • 8.25MB

Klik op de link hierboven om het hele artikel te downloaden in verrijkt pdf-formaat

Het doel


Het bestaan van Europese hoofdsteden van cultuur was oorspronkelijk een idee van Melina Mercouri, de toenmalige Griekse minister van cultuur, en haar Franse collega, Jack Lang. De bedoeling is al die tijd dezelfde gebleven: om de rijkdom en diversiteit van de verschillende Europese culturen te belichten en hun gemeenschappelijke waarden te belichten. Daarom worden er een jaar lang allerlei culturele evenementen georganiseerd die in principe sociale en economische vruchten zouden moeten afwerpen. Dat een lange termijnstrategie helpt en dat steden die niet alleen inzetten op de 12 maanden waarop ze in de schijnwerpers mogen staan, maar ook op een duurzamere visie en eventueel een nieuwe kijk op stadsplanning en architectuur, staat daarbij buiten kijf.





Esch-sur-Alzette


Hoe goed we het hier in België op sociaal(-economisch) vlak ook hebben, het feit dat het openbaar vervoer in heel Luxemburg gratis is, doet ons toch wel wat opkijken naar hoe dat land zijn personentransport heeft geregeld. Het zorgt er ook meteen voor dat naar Luxemburg sporen erg goedkoop is, waardoor er zeker geen financiële reden is om de Europese culturele hoofdstad van vorig jaar, Esch-sur-Alzette, niét te bezoeken.


Hoewel het gros van de festiviteiten inmiddels afgesloten is, heeft de regering ervoor gezorgd dat de titel een enorm sterke nalatenschap heeft achtergelaten en die is nergens duidelijker dan in de industriële universiteitsbuurt Belval, in het westen van Esch-sur-Alzette – een lichtend voorbeeld van hoe het mogelijk is om een stad die voorheen zeer sterk afhankelijk was van industrie een nieuwe bestemming te geven.


De indrukwekkende staalfabrieken die Belval zo kenmerken werden tussen 1902 en 1912 neergepoot, maar de productie van zowel staal als kolen kende een enorme dip als gevolg van de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig droeg een serie Europese beslissingen en de opening van een gemeenschappelijke Europese staalmarkt bij tot een ware revival, met de opening van een hoogoven in zowel 1965 als in 1970 en 1979 als hoogtepunten. In 1984 werd de staalproductie gedeeltelijk verschoven naar modernere (elektrische) vlamboogovens, maar het economische verval binnen de industrie zou snel volgen en de laatste hoogoven werd uiteindelijk in 1997 al gesloten… en misschien is dat uiteindelijk wel een enorme zegening geweest, want nauwelijks vier jaar later werd er een wedstrijd rond stedelijke planning georganiseerd die de hele omgeving wat ons betreft tot een van de interessantste van de Benelux heeft gemaakt.


Wie even rondloopt in de zeer compacte wijk, waar het treinstation zelden langer dan 5 minuten stappen weg is, merkt al snel hoe Belval een lichtend voorbeeld is geworden van hoe je een gemeenschap in een urbanistisch kader bij elkaar kunt brengen en dat op een oppervlakte van 1,3 vierkante meter en 69 hectare voor gebouwen – waarvan 30% voor groene en openbare plaatsen. Er wordt gemikt op 5.0O00 bewoners en vier keer zoveel dagelijkse gebruikers en, eerlijk, het Luxembourg Learning Center alleen al is een bezoek meer dan de moeite waard.





Luxembourg Learning Center: Architect François Valentiny heeft misschien wel zijn beste werk ooit afgeleverd met de bibliotheek van de universiteit van Belval. Het Learning Center is prachtig en bestaat aan de buitenkant uit boeiende geometrische figuren, terwijl binnen een gevoel van ruimte wordt gecreëerd via verschillende mezzanineverdiepingen, veel curves en afgescheiden hoeken. Basistonen in aardekleuren worden geaccentueerd en opgevrolijkt door kleurrijke, moderne meubels en leeskubussen in groen, paars, en blauw. Het is een toonbeeld van hoe functionaliteit, boeiende buitenarchitectuur, en prachtige binnenhuisarchitectuur met elkaar kunnen gehuwd worden.



AI&ART Pavilion: Zowat alle gebouwen op de campus van de universiteit richten hun blik onder de schaduw van de oude staalovens stevig naar de toekomst, maar nergens is dat duidelijker dan in het Artificial Intelligence and the Future of Art Pavilion. Dat bestaat uit vier taken (Singularity 42!, The Project Corner(stone), The Magneto, en The AIFA conference) waarbij de nadruk op kunstmatige intelligentie ligt. De studenten leren hier niet alleen omgaan met (het programmeren van) robots, maar bedenken ook manieren om AI artistiek te implementeren. Zo leert de AI Dancing Avatar zichzelf een danschoreografie aan die gebaseerd is op de muziek die ingevoerd wordt, verandert de Smart Photobooth een foto die je zelf kunt nemen volgens een schilderstijl waar je uit kunt kiezen naar een schilderij, creëert Plantasmagoria een audiovisuele ervaring uit natuurbeelden en abstracte video’s van landschappen, en vertaalt Automatic MindMap Creation teksten naar betekenisvolle afbeeldingen.


Niet alles staat al volledig op punt – zo loopt de theologische Turingtest Deux-X-Machina enkele keren vast wanneer we twee kunstmatig-genereerde aanhangers van verschillende godsdiensten een onderwerp geven om over te debatteren – maar wie bezig is met kunstmatige intelligentie, weet al langer dat we er als samenleving ongetwijfeld steeds vaker beroep op zullen doen, en dat wordt enkel onderstreept door een bezoek aan dit paviljoen.


Deimantas Narkevičius: Op onze agenda staat ook een bezoek aan de Anachronisms-tentoonstelling van de moderne Litouwse artiest Deimantas Narkevičius, maar helaas blijkt de Kontschal Esch gesloten te zijn op de dag waarop we ernaartoe gestuurd worden. Dat er geregeld heel interessante exposities te vinden zijn, is echter duidelijk. Zeker eens kijken wat er te doen is wanneer jij er op bezoek bent, dus.



Frontaliers, des vies en stéréo: In het Massenoire (oftewel, de ‘Zwarte Mis’) vlakbij hoogoven A vindt voorlopig nog de tentoonstelling ‘Frontaliers, des vies en stéréo’ plaats – het is een expositie waarbij de hoofdtelefoon eens niet optioneel, maar volstrekt noodzakelijk is. Terwijl je voorbij auto’s, huizen, en andere zaken stapt, hoor je mensen die voor hun werk geregeld de grenzen van Luxemburg moeten overschrijden praten over hun ervaringen. Erg lang duurt de wandeltocht doorheen deze persoonlijke anekdotes niet, maar hier en daar voelen wij onszelf wel betrokken, al is dit misschien niet echt een aanrader voor wie het Frans niet machtig is.


Nightsongs in Belval: Via een app (die zowel beschikbaar is voor Android als voor iOS) kan je een nachtelijke route van ongeveer 2,5 kilometer volgen doorheen Belval terwijl je op de achtergrond muziek beluistert die opgebouwd is uit de geluiden van de staalindustrie, met samples waarin onder andere het gezoem van machines, het gekreun van de fabrieken, en het gehuid van kranen te horen is. Zelf zijn we geen fan van elektronische muziek, maar Nightsongs zorgt wel zo’n 45 minuten lang voor een interessante beleving.


Pure Europe: Veruit de knapste en boeiendste tentoonstelling is die rond ‘Pure Europe’. Niet alleen is het gebouw zelf imposant, de vormgeving van de expositie is ingenieus. Het idee is om eerst een aantal stellingen te introduceren en die vervolgens in vraag te stellen. Dat gebeurt op twee verdiepingen, met eerder globale observaties en statistieken op het bovenste niveau, en persoonlijkere verhalen van allerlei verschillende Europeanen op het onderste niveau. Dankzij slimme interactieve schermen en zelfs quizjes leer je haast spelenderwijs over inkomensongelijkheid, wat voor apparaten mensen uit verschillende delen van Europa zoal in huis hebben, waar kinderen mee spelen, hoe sommige gebouwen over de landsgrenzen heen op elkaar kunnen lijken, op welke manier godsdienst wordt belijd, enzovoort. Het is lang geleden dat we zo vaak even moesten stilstaan bij de boodschap van een tentoonstelling, maar Pure Europe slaagt er moeiteloos in om de bezoekers onder te dompelen in zowel de verhalen van bredere gemeenschappen als individuelere ervaringen. Erg knap en absoluut niet te missen!


Eten: Er zijn een aantal toprestaurantjes te vinden in de buurt van Belval en Esch-sur-Alzette, maar wie tevreden is met een erg gezellig kader en lekker eten zonder op de échte culinaire hoogstandjes te mikken, komt in Belval zeker ook voldoende aan zijn trekken.


Zo is er Chiche! Dat is een Libanees restaurant zonder franjes waar je meer kunt verwachten dan wat je gewoonlijk voorgeschoteld krijgt. Niet alleen is het eten er lekker, de eettempel vervult ook een sociale functie: hier worden immers 45 vluchtelingen en migranten van allerlei origine tewerk gesteld om hun maatschappelijke inclusie te faciliteren.



Nog gezelliger, maar met een beperkte (ultralekkere) menukaart: het supergezellige Café Saga, dat wordt uitgebaar door de Scandinavische Ture Hedberg, die met dit eetcafé niet aan zijn Limburgse proefstuk toe is.


De Zweed opende al een kwarteeuw geleden zijn eerste bar in Luxemburg en zijn nieuwste horecazaak, tussen het Maison du Savoir en de Rockhal, kan dus buigen op heel wat knowhow. Dat wordt in de eerste plaats duidelijk aan het prachtige interieur met glazen façade en een grote glazen muur achter de bar die uitzicht geeft op de fabrieksruimte achter Café Saga. De nachtelijke rode verlichting zet die achtergrond overigens extra in de verf.


Binnenin is alles strak ingericht — naar Scandinavisch model, zullen we maar zeggen — met veel aandacht voor verlichting (met dank aan Lucy Genazzini van Illuminance). De bloemenmotieven van Jane Graham voelen volstrekt niet kitscherig aan en geeft het geheel een vrolijkere, hippe uitstraling die de betonnen omgeving uitstekend opfleurt.


De nadruk ligt op het baraspect en er zijn heel wat interessante biertjes en andere dranken te vinden in Café Saga, maar ook de gerechtjes zijn meer dan de moeite waard.


De zeebaars is van uitstekende kwaliteit en perfect gegaard, maar had ietsje sappiger mogen zijn, en de cappuccinosaus is een klein beetje te dik, maar samen met de lekkere geroosterde aardappeltjes werkt alles uitstekend. Lekker!


Ook de salsiccia (een Italiaanse worst) met polenta en paddenstoelsaus is erg lekker. Polenta kan wat droog zijn en bevat te weinig textuur om echt te kunnen boeien, maar dat wordt hier handig opgelost door de kaas en het knapperige van de salsiccia zelf. Een knap gerechtje.

Tenslotte geraken we best wel onder de indruk van de crème van knolselderij met geitenkaas: mooi afgekruid en romig, met een uitstekende zoet-zuurbalans.


Zoals reeds aangestipt, proeven we ook van enkele drankjes. De cider is hier van uitzonderlijke makelij, maar het team van Café Saga weet ook erg goeie cocktails te maken: de whisky sour valt bijzonder goed in de smaak en is eens niét te zoet — een probleem dat we tijdens de weken na ons bezoek helaas maar al te vaak tegenkomen.


Ook het veel grotere Urban Belval bevindt zich op een steenworp afstand van de iconische Rockhal. De horecazaak is 7 dagen op 7 open en is het grootste restaurant van de stad, met ook onder andere 2 grote projectorschermen van 20 vierkante meter. Die worden tijdens onze twee bezoekjes niet creatief gebruikt, maar we kunnen ons voorstellen dat ze wél optimaal worden ingezet tijdens speciale evenementen.


Zowel de industriële look als de menukaart voelen Amerikaans aan, met omvangrijke schotels en een snelle bediening, zelfs wanneer het wat drukker is. De zaak in Belval bestaat sinds 2008, maar is eigenlijk een zusterrestaurant van de gelijknamige eetplaats in Luxemburg-stad.


Hier tref je vooral een kosmopolitisch publiek aan, met dank aan de werknemers van de bedrijven in de buurt, de bezoekers aan het winkelcentrum waar Urban tegenaan schurkt, en natuurlijk de fans die de al vermelde Rockhal bezoeken wanneer daar ook daadwerkelijk concerten zijn te zien.


Onze goed gekruide, romige soep is aan de dikkere kant en doet ons bijna denken aan de stevige ‘chowders’ die je ook in de Verenigde Staten zo vaak aantreft. Ook is er heel wat aandacht besteed aan de vrij groot uitgevallen pokébowl met zalm, die erg vers en gebalanceerd smaakt.


In onze fricassée met zeeduivel is misschien iets té veel aan het gebeuren en alles had wat verfijnder mogen zijn, met meer frisheid, maar verder wérkt het allemaal wel: de kerstomaatjes én de extra textuur in het gerecht.


Urban biedt geen topkeuken, maar wel eerlijke, goed gemaakte gerechten in een perfect gelegen kader.





Elefsina (Eulesis)


Hoe interessant Esch-sur-Alzette ook is, dit jaar is de Griekse industriestad Elefsina (ook bekend als het wat meer Grieks klinkende ‘Eleusis’) aan de beurt als European Capital of Culture. Dat was normaal gesproken gepland voor 2021, maar omwille van de coronacrisis werd dat twee jaar uitgesteld en duurde het nog tot 4 februari 2023 voor de officiële opening van start werd geschoten, om 346 dagen lang via 130 projecten en 465 evenementen een poging te doen om te imponeren.


De absolute trekpleister van de handig nabij Athene gelegen stad is zonder enige twijfel de archeologische site, de overblijfselen van een prachtig tempelcomplex aan de voet van een heuvel waar nu – eenzaam – het kerkje van ‘Panagia Mesosporitissa’ prijkt.


Het heiligdom was ooit gewijd aan Demeter en de mythe van haar dochter, Persephone – geen officiële religie, dus, maar wel een sekte die in september acht dagen lang de Mysteriën voltrok – een vruchtbaarheidsrite waarvoor men moest ingewijd zijn en die zo geheim was dat men ook nu nog niet precies weet waaruit ze precies bestond. Elefsina zou immers de plaats zijn waar Demeter een tijdlang halt hield om te drinken en uit te rusten nadat Hades haar dochter had ontvoerd.


Uit dankbaarheid aan een herdersgezin dat haar gastvrijheid aanbood, leerde Demeter de mensheid de landbouw ontwikkelen – een mythe waarin een bron van waarheid zit, aangezien mensen hier begonnen tarwe te teelten, wat het einde betekende van hun nomadische leven.

De archeologische site is een van de mooiste ruïnes uit de Oudheid die we ooit hebben mogen bezoeken en ademt ook een paar millennia na de glorieperiode van de sekte, die hier actief was vanaf ongeveer 600 voor Christus en pas rond de vierde eeuw na Christus in verval begon te geraken, een onwereldse sfeer uit die haar gelijke haast niet kent. Dat ze op zichzelf al meer dan voldoende reden is om Elefsina te bezoeken, mag duidelijk zijn.


Hoe gezellig de archeologische site en haar buurt ook mogen zijn, Elefsina wordt heden ten dage helaas vooral gekenmerkt door de industrie die hier vanaf de negentiende eeuw het op dat ogenblik kleine dorpje van ongeveer 250 bewoners kwam vitaliseren. Betongigant TITAN, de zeepfabriek van Charilaou, en de distilleerderijen van Botrys en Kronos vonden hier een thuis, en na de Tweede Wereldoorlog trokken de verschillende industrieën van de stad – die onder de impuls van het verzet tegen de Asmogendheden tijdens de Tweede Wereldoorlog zelfs de RAF had aangetrokken – werkers vanuit heel Griekenland naar Elefsina. De zware industrie ontwikkelde snel, maar onoordeelkundig en chaotisch, met enorm veel vervuiling als gevolg.


Die vervuiling is anno 2023 sterk verminderd, maar nog overal duidelijk, en de lelijke architectuur en vervallen gebouwen staan dan ook in schril contrast naast de archeologische site en haar omgeving. Dat het jaar als culturele hoofdstad de ondertitel ‘Mysteriën van Overgang’ (‘Mysteries of Transition’) heeft gekregen, is dus niet verwonderlijk, want zowat alle kunstenaars waarvan we de werken hier hebben mogen bewonderen, refereren in hun foto’s en andere werken naar zowel het glorierijke verleden als grootste hellenistisch centrum van het land als naar de gruwelijke littekens die de stad onder invloed van de ‘vooruitgang’ heeft opgelopen.



Het idee om schoonheid naast het lelijke te plaatsen, wordt onder andere onderstreept in de tentoonstelling Mystery 24: Anatomy of a Transformation, waar allerlei kunstwerken van plaatselijke artiesten ophangen, aangevuld met een video en enkele modellen, en in Mystery 29: Elefsina Raw Museum.



De uitzondering: een collectief van jonge kunstenaars, die zelfstandig werken en van de stad een oud treinstationnetje hebben gekregen als uitvalsbasis. Het zijn de enige artiesten die ons kleurrijke meubels en schilderijen presenteren, maar jammer genoeg worden ze blijkbaar niet financieel ondersteund, en ondanks hun zelfverklaarde liefde voor de stad, zijn ze bijna allemaal van plan om binnenkort uit te wijken naar andere oorden. De evenementen in de stad, die overigens ook de geboorteplaats was van de befaamde Griekse toneelschrijver Aeschylus, brengen 192 Griekse en 137 internationale artiesten binnen 17 verschillende disciplines samen.


Die vinden allemaal plaats onder leiding van de in Griekenland immens populaire regisseur en acteur Michail Marmarinos. Nooit hebben we iemand langer horen spreken op een persconferentie, en nooit hebben we een artistiek directeur zo lovend horen zijn over zaken die voor sommigen eerder alledaags zouden zijn, maar ondanks zijn misschien wat ongelukkig gevoel voor timing, lijkt Michail de juiste man op de juiste plaats te zijn, getuige de vele evenementen die Elefsina bijna een jaar lang zullen opfleuren, waaronder een show van de internationaal gerenommeerde choreograaf Sasha Waltz en directeur Jochen Sandig, die zal opgevoerd worden in ’s werelds eerste ‘informele theater’.

Van IRIS (de eerste Griekse chemische fabriek waar verf en vernis op basis van pijnboomhars werd gemaakt) tot een huis dat door de eigenares werd omgedoopt tot een interessant folkloremuseum, de tot bouwwerf verworden olijfmolen, en het schepenkerkhof (waar ongeveer 70 schepen liggen te verkommeren): Elefsina is overwegend lelijk, maar er is wel degelijk ook heel wat moois te vinden in de stad. Meer, zelfs: het zou wel eens net dat gebrek aan schoonheid kunnen zijn dat initiatieven als de tentoonstelling rond cultuurministers Melina Mercouri en Jacques Lang of de optredens van de nationale toneelgezelschappen van het Servische Novi Sad en het Zuid-Koreaanse Seoul middels het schrille contrast dat ze ongetwijfeld zullen schilderen nog meer tot leven zal brengen.





Op culinair bied is er natuurlijk meer te beleven in Athene, maar dat neemt niet weg dat je in Elefsina van heel wat plaatselijke specialiteiten kunt proeven. Zo vinden we in het volkse restaurantje Rakoyn een buffet met onder andere veganistische wortelsoep, varkenssteak met knolselderpuree, auberginebrusquetta, en iets complexere gerechten. De groene salade met peer, pindanoten, aardbeiensaus en manourikaas of de rode bietenyoghurt met thuisbereide mayonaise, kastanje en sierappel zijn lekker, net als de wraps met lamsgehakt. Ook een restaurantje als Stratos ademt vooral oude authenticiteit uit, terwijl de visgerechtjes vrij simpele bereidingen zijn, met heel traditionele Griekse salade aan de kant. Veel gezelliger: wijnhuis Papanikolaou, dat helaas zijn knappe proefruimte zelden openstelt voor toeristen. Jammer, want de mooie kamer en grote vaten ademenen wél veel sfeer uit, en bovendien variëren de wijnen van degelijk tot excellent, met een heel correcte prijszetting. Wij raden alvast de ietsje duurdere rode wijntjes aan!


Elefsina is en blijft dus een interessante stad om te bezoeken, zeker als je jouw trip combineert met enkele daagjes Athene of andere omringende steden. Dat er maar een heus hotel is—het behoorlijk toepasselijk genoemde Elefsina Hotel, dat ook een goeie bar kent—zal de keuzestress alvast verminderen. Wij kijken alvast uit naar de vele evenementen die dit jaar in deze industriestad worden georganiseerd!


Meer info: www.2023eleusis.eu



Tekst: Dirk Vandereyken


Foto’s: Paula van Unen & organisatie

Comentarios


Featured Posts
Recent Posts
Archive
Search By Tags
Follow Us
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square
bottom of page